Jozef van Ruyssevelt (1941 - 1985)

         Opening op zaterdag 4 september 2010 te 16.00 uur
        door kunsthistorica drs. Lies Netel

        
        
         Het kleine huisje, gouache, 1973, 50 x 65

    Na de eerdere succesvolle exposities in 2006 en 2008 komt Jozef van Ruyssevelt opnieuw naar De Rietlanden. U herinnert zich ongetwijfeld ook de expositie in Museum Henriëtte Polak in Zutphen najaar 2007 die door Lies Netel werd samengesteld. Zij zal u dan ook bij de opening op 4 september een zeer volledig beeld kunnen schetsen van de betekenis van deze kunstenaar.

   Van Ruyssevelts werk blijft onweerstaanbaar boeien. Zijn spontaniteit, trefzekerheid, levendigheid, intensiteit, kleur- en materiaalgebruik, het is allemaal even overtuigend.  Kunstenaars die zijn werk zien krijgen zin om te gaan schilderen. Van Ruyssevelt wou elke dag weer de kleuren en het licht vangen in de verf. In de tuin, onderweg op vakantie in Frankrijk of Schotland, maar vooral ook in het interieur van zijn huis in Essen, waar hij tot in het oneindige en onbegrensd variërend de voorwerpen bleef vastleggen die voor ons de rijkdom van zijn leven daar als schilder en met zijn vrouw May verbeeldden. Ze hebben iets universeels die beelden; in een zeer eigen, licht geabstraheerde vorm, verheffen zij de eenvoud van wat ons dagelijks omgeeft. 


        
         Stilleven op kast, gouache, 1977, 64 x 72,5

        
         Transformatie, gouache en krijt, 1972, 47 x 62

         
         Er staat rommel op de grond, olie op doek, 1979, 100 x 120


           
         rood/blauw geruit tafelkleed       stilleven met roze tafelkleed
           gouache, 1978, 74 x 65,5          gouache, 1977, 65 x 73



        
         Stilleven, pastel, 1981, 56 x 76

          
           Het kruis, gouache, 1973, 50,5 x 64,5 
 

Meer informatie over zijn schildersleven en -loopbaan vindt u op
www.jozefvanruyssevelt.be.

Enkele citaten uit recensies:

In De Morgen, 12 maart 2009, schreef Eric Rinckhout: "Van Ruyssevelt beheerst het métier van het etsen als geen ander, ook met de etsnaald ging hij driftig te werk. Dagscènes met veel licht bleef hij bewerken tot er alleen somberte overbleef. In andere etsen laat hij het licht als water plensen op alle voorwerpen en worden kommen en flessen witte vlekken in het bijtende zwart van de ets. Als Van Ruyssevelt één ding wou, dan was het het licht vangen." .... "De aandachtige toeschouwer ziet een kunstenaar die strijd levert. Met zichzelf, zijn verf, zijn pastelkleuren. Met de koperplaat en het etszuur. Met de wereld om zich heen. Een kunstenaar die elke dag weer het licht wou vangen in de verf. Het werk van Van Ruyssevelt is eigenzinnig en sterk, en moet dringend ontdekt worden."

In de Standaard van 10 april 2009 schreef Dirk Martens: "Van Ruyssevelt sloeg geen acht op de avantgarde en de provocatie waarmee zijn collega's en kunstbroeders de hemel bestormden."... "Jozef van Ruyssevelt tekende en schilderde thuis in Essen stukken van zijn interieur, zijn atelier en van de grote tuin die langs alle kanten het huis binnenkwam, wat hij aanvulde met bloemstukken of stillevens. Kleinburgerlijke en zelfs banale en dus verguisde onderwerpen, maar met wat voor een kracht en licht gaan die dingen een eigen leven leiden!" .... "Zoals ik al schreef bij het verschijnen van de monografie (van Joost De Geest), zijn de vergelijkingen goedkoop maar onvermijdelijk: de fascinatie voor glas- en aardewerk à la Giorgio Morandi maar dan kleurrijker, de beperkte wereld van Rik Wouters maar heviger, de bravoure van Henri Matisse door het zwart en de gedurfde kleurcombinaties, het gewaagde blauw van Yves Klein."... "Het is kunst die mensen enthousiast maakt, die inderdaad vrolijk stemt. Liefhebbers van de schilderijen van Van Ruyssevelt zijn blij als ze een nieuw werk van hem ontdekken, mensen die een werk van hem bezitten koesteren dat."

In de NRC van 15 november 2007 schreef Gijsbert van der Wal: "Jozef van Ruyssevelt was zo'n schilder die licht, kleur en ruimte wilde bestuderen en daarvoor genoeg had aan zijn eigen huis. Dat huis stond in Essen" ... "In de jaren zeventig maakte hij er sterk gestileerde interieurs. Rechte lijnen zijn hoeken en plinten, grote vlakken zijn wanden, vloeren, tafelbladen. Geschilderde maquettes lijken het, bouwtekeningen in verf. Af en toe mist een stoel of tafel een poot omdat dat in de compositie beter uitkwam. Staan er potjes of flesjes op tafel, dan kijkt Morandi even om de hoek. Alles is vereenvoudigd: er strijkt bijna altijd een zacht namiddaglicht langs muren en meubels. Interessante schilderijen. Maar echt indrukwekkend wordt het pas rond 1978. Dan voltrekt zich in korte tijd een verandering in Van Ruyssevelts techniek en in zijn mentaliteit. In plaats van te vereenvoudigen en af te dempen laat hij zich door zijn motieven overweldigen en maakt hij er schilderijen en pastels van die op hun beurt overweldigend werken." ... "Vaak worden er zware schaduwen veroorzaakt door dramatisch tegenlicht. In het Stilleven in blauw (1981), een pastel die onlangs door het Rijksmuseum werd aangekocht, schijnt het door een lichtblauwe fles. Het kleed onder het stilleven bestaat uit blauw in strijklicht, blauw in tegenlicht en bijna zwart blauw in de schaduwen van kreukels. De hele lap stof is nagelopen - niet op een benepen, fotorealistische manier, maar wel met grote aandacht. Ieder onderdeel van het beeld is boeiend, overal gloeit kleur."

En tot slot Toine Moerbeek in zijn boek over Van Ruyssevelt uit 2001:
"Het is aan de laatste pastels goed te zien dat Van Ruyssevelt het licht niet enkel vast wilde houden maar dat hij het wilde beeldhouwen, beitelen, hakken. Vastspijkeren, schreef ik eerder. Hij ging zich met het licht identificeren. Dat had hij nooit eerder gedaan; op zijn meest gelukzalige momenten, hartje zomer, overkwam het licht hem; het overkwam hem omdat hij gelukzalig vertoefde in de schaduw. Hij had in die tijd ook geen atelier meer. Zijn atelier was overal, in de tuin, in de kamer bij de piano, in het halletje, maar ook net zo goed in een verlaten varkensstal. Overal waar hij was had hij zijn atelier. Alom. Maar de schilder wilde het AL. Waar blijf je dan?"
"Ik weet niet wat er in Jozef van Ruyssevelt is omgegaan. Ik weet alleen dat ik, wanneer ik zijn werk zie, zin krijg om te gaan schilderen. Zelfs zijn laatste werk, hoe verkild het ook is, roept mij als schilder tot de orde. Als geen ander heeft hij het geluk van de schaduw gekend, maar hij voelde zich geroepen tot het licht."